Toen vrouwelijke kunstenaars uit deze
First Nations gemeenschappen, die aanvankelijk werden aangemoedigd om zich te richten op huishoudelijke taken, in de late jaren tachtig eindelijk kansen kregen, zorgde dat voor een verrijking van het veld. Ze voegden hun eigen visuele beeldtaal, symbolen, geleefde ervaringen en verhalen (en soms ook: materialen) toe aan het kunsthistorisch canon. Dat zorgde voor een hernieuwde vitaliteit en dynamiek en tegelijkertijd bood het deze vrouwelijke kunstenaars, die jaren in de schaduw hadden gestaan van hun mannelijke familieleden, een kans om financieel onafhankelijk te worden. Myles Russell-Cook, Senior Curator van Australische en First Nations Kunst aan de National Gallery of Victoria,
stelde in 2021 in Vogue: “Toen de vrouwen uit de First Nations [zichtbaar] begonnen met schilderen, waren we getuige van een ongelooflijke verschuiving in innovatie — een vrijheid van gebaar en spontaniteit die een geheel nieuwe stijl ontketende.” Toch moesten ook deze kunstenaars vechten voor hun plek in het canon, hun werken werden niet direct geaccepteerd in artistieke kringen, die deels werden beïnvloed door de westerse
gaze, die bepaalde hoe First Nations kunst er uit zou moeten zien. Maar uiteindelijk zou het werk van deze vrouwelijke kunstenaars bijzonder succesvol blijken.
Marlene Young Nungurrayi, My Country, SmithDavidson Gallery
In een speciale zomertentoonstelling in SmithDavidson Gallery wordt de komende periode werk getoond van een reeks vrouwelijke Papunya kunstenaars, een gemeenschap in de Northern Territory die wordt beschouwd als de geboorteplaats van de hedendaagse First Nations kunst. Alice Springs vormt daarbij de thuisbasis van een van de meest succesvolle, en nog steeds actieve, kunstcoöperaties van kunstenaars uit deze gemeenschap. De Papunya kunstenaars experimenteerden met kleur en stijl, de beroemde dot painting stijl, als een manier om verhalen en dromen te verbeelden die vaak zijn gelinkt aan het (fysieke) land, de geschiedenis, tradities en cultuur. ‘Inheemse’ Australische kunst wordt overigens beschouwd als "de oudste onafgebroken kunsttraditie ter wereld”.
SmithDavidson Gallery presenteert in deze groepstentoonstelling werk van verschillende vrouwelijke makers: Sarrita King, Esther Giles Nampitjinpa, Kayi Kayi Nampitjinpa, Tjawina Porter Nampitjinpa, Yinarupa Nangala, Tjunkiya Napaltjarri, Dorothy Napangardi, Nyanyuma Napangati, Jorna Nelson Napurrula, Ningura Napurrula, Marlene Young Nungurrayi en Naata Nungurrayi.
Tjunkiya Napaltjarri, Umari (Rockhole) Dreaming, 2001, SmithDavidson Gallery
2024 is overigens ook een goed jaar voor mannelijke kunstenaars uit de First Nations van Australië: dit jaar staat het Australische paviljoen op de Biënnale van Venetië in het teken van de tentoonstelling ‘kith and kin’ van Archie Moore. In deze tentoonstelling onderzoekt hij de impact van de detentie van First Nation Australiërs op familiebanden, onder meer gevisualiseerd in een monumentale stamboom die maar liefst 65.000 jaar beslaat. Het paviljoen won de prestigieuze Gouden Leeuw voor Beste Nationale Deelname, een historische primeur voor Australië.