Eigen werk toelichten is nooit makkelijk. Conceptueel werk uitleggen is waarschijnlijk de overtreffende trap. Conceptueel werk uitleggen aan een groep kinderen is zo mogelijk het lastigste dat er is. Josse Pyl had er nog geen minuut voor nodig tijdens Amsterdam Art Week. In korte zinnen legde hij uit waar het hem om te doen is: “Deze expo draait om het idee van een markering. Als je in een appel bijt of met je voet in het zand stapt en een spoor maakt, dan laat je ook een teken na. Dat doe je ook als je schrijft. Als je rondkijkt in de tentoonstelling kun je allerlei afdrukken vinden of sporen van symbolen en tekens die achtergelaten zijn op onderdelen van een gebouw. De show gaat over de vraag: wanneer is iets een teken en wanneer is iets een letter?”
Die heldere uitleg is tekenend voor een kunstenaar die bouwt aan een oeuvre dat losstaat van actualiteiten en trends, waardoor simpel verwijzen naar vergelijkbaar werk of wijdverbreide ideeën niet mogelijk is. Misschien is het de geheel eigen, speelse en tegelijk dwingende logica die zijn werk kenmerkt, waardoor Pyl (België, 1991) er wonderwel in slaagt zijn ideeën eenvoudig over te brengen.
Voor de groep kinderen in de basisschoolleeftijd hield Pyl het hierbij, maar de vraag die hij de volwassen kijker voorlegt zit in zijn uitleg besloten: wanneer gaat kijken over in lezen en wanneer gaat lezen over in kijken? De titel van de tentoonstelling, One ‘O’ Hanging Between Two i’s, is daarvan een goed voorbeeld. Als je de twee i’s leest als eyes, moet de O wel een mond zijn. Visueel vormen de letters iOi dan ook een gezichtje, zeker wanneer je subscript gebruikt voor de O. Voor Pyl is taal een puzzel, een spel dat betekenis genereert.
Een zin van gebroken tongen
Twee weken eerder vertelde Pyl, in zijn studio in een voormalige technische school net buiten de ringweg van Amsterdam, uitgebreid over de tentoonstelling. Zijn exposities hebben doorgaans de vorm van een installatie, geheel afgestemd op de expositieruimte. Voor zijn eerste solotentoonstelling bij Annet Gelink Gallery maakt Pyl optimaal gebruik de scheidingswanden tussen de voor- en achterruimte.
In de voorruimte liggen aan weerszijde van de doorgang naar de achterruimte gebroken afgietsels van tongen; ze vormen volgens Pyl samen een zin. Op de achterwand, zo’n tien meter verder, zien we twee grote bogen van donkerrode baksteen. Daarin kan je een boven- en onderkaak zien, want net als op een röntgenfoto van een gebit zijn de bogen zijn op tal van plekken onderbroken. Maar de stukken van twee, drie, vier of meer bakstenen met daarop afgietsels van kiezen kan je ook lezen als een zin of gedachte die je met korte pauzes onder woorden brengt. Daarmee kan je de bogen ook zien als een metafoor van de mond: de mond als poort tussen gedachte en uitspraak, tussen intern en extern. Het werk heet dan ook Three points between two brackets.
Bekend terrein
Met het onderwerp taal en de mond als poort begeeft Pyl zich op bekend terrein. Monden, tongen en kiezen duiken namelijk geregeld op in zijn werk. Ook is op een aantal werken weer het typerende krullende schrift zonder onderbrekingen te zien en zijn er weer cartoonfiguren, zoals het mannetje met een wereldbol als hoofd dat zingt in de universele taal voor muziek: het notenschrift.
Nieuw zijn de schaakstukken, zoals de lopers die opduiken in het werk Forefortherefore. De lopers lijken niet alleen op Pyls kiezen, maar in bredere zin is schaken een manier van communiceren die je kan leren lezen. Datzelfde geldt voor de letters A, B, C in het werk As So Then This, ze zijn aan de kabel gelegd met een hangslot. Alleen als je leert lezen, gaat het slot open, tot die tijd blijven het slechts tekens.
Pyls ontwikkeling laat zich goed schetsen aan de hand van de dragers die hij gebruikt om ons taallandschap te verkennen. Hij wisselt namelijk graag en vaak van dragend materiaal, daarbij heeft hij een voorkeur voor functionele en industriële materialen. Pyl werd aangenomen op de Rijksacademie (2017-2018) waar hij zijn tekenproces vertaalde naar tastbare vormen en deze in fysieke ruimtes uitdrukte. Zijn onderzoek naar taalpatronen resulteerde in mallen en gietvormen die werden omgezet in een alfabet van reliëfs, welke op de muren van tentoonstellingsruimtes werden geplaatst. Hierdoor werd het netwerk achter de constructie van de wereld in de architectuur gegraveerd. Symbolen en gedachten verschenen uit de muren en transformeerden de omgeving in een linguïstische ruimte.
Een aantal jaar later nam Annet Gelink Gallery de werken mee naar Art Rotterdam. Als toevoeging aan deze werken gebruikte Pyl de frottagetechniek om de motieven en thema's van deze werken naar het papier te vertalen. Pyl maakte frottages door papier op verschillende elementen van zijn kunstwerken te plaatsen en met een potlood over het oppervlak van het papier te wrijven, waardoor de schaduwen van de oorspronkelijke werken op het papier verschenen. Dit resulteerde in een kunstenaarsboek waarin taal voortkomt uit de objecten die het probeert te vertegenwoordigen en tevens een schaduw van de werkelijkheid vormt.
Het meanderende schrift verscheen voor het eerst in Pyls tentoonstelling bij De Brakke Grond, het Vlaams cultureel centrum in Amsterdam. Daar voorzag hij een achttal ronde zuilen van het ronde schrift. Het idee van een gebroken zin nam ook de vorm aan van een installatie, bestaande uit het krullende schrift op gebroken betonblokken in The Bakery – de kleine ruimte in de galerie – en later in de wachtruimte van het voormalige treinstation van Seoul. Door gebruik te maken van het architecturale vocabulaire van het gebouw, transformeerde hij deze muren in communicatieve artefacten, met symbolen en gedachten gegraveerd in hun materialiteit. Dit resulteerde in een zin van reliëfs verspreid door de ruimte, waarbij de boodschap tegelijkertijd werd getranscribeerd en vervormd—net zoals onze tong en tanden woorden vormen, voordat ze in de wereld worden vrijgelaten.
Vorig jaar maakte Pyl het triptiek An 'I' with Two Feet, and a Hat op glas, gebruikmakend van een techniek die je in vroege Disney-animaties aantreft, de zogeheten multiplane-animatie. Deze techniek stelt je in staat om beweging te suggereren door afbeeldingen op meerdere glasplaten over elkaar te leggen. Ook maakte hij een kleine serie werken op lagedichtheidpolyetheen (denk aan snijplanken).
Voor One ‘O’ Hanging Between Two i’s gebruikte Pyl stoeptegels als ondergrond, een voor de hand liggende drager van afdrukken in de openbare ruimte. In het werk Forefortherefore zijn de tegels gelegd in het patroon van een schaakbord en voegen iets toe aan de voorstelling. In de overige werken lijken ze slechts te functioneren als drager van de afdruk, maar niets is minder waar. Op het eerste gezicht lijkt Pyl de stoeptegels te gebruiken als een modulair systeem dat op een oneindig aantal manieren te configureren is, maar omdat één afbeelding vaak meerdere tegels in beslag neemt, hebben de werken ook iets weg van een puzzel die slechts op een manier gelegd kan worden. “Het idee dat een afdruk een soort puzzel is, spreekt me aan. Dat sluit goed aan op het idee waarmee ik speel: dat taal een puzzel of een spel is.”
One ‘O’ Hanging Between Two i’s van Josse Pyl is nog tot 13 juli te zien bij Annet Gelink Gallery Amsterdam