In de exporuimte van Settantotto Art Gallery ontvouwt zich een intrigerende wereld van getallen, vormen en verbeelding. De solotentoonstelling van kunstenaar Wim Nival, getiteld drie één vier één vijf negen twee, nodigt ons uit om de grenzen van het meetbare te verkennen en de onzichtbare draden te ontdekken die ons verbinden met het universum.
Er zijn kunstenaars waarvan je denkt het werk snel doorgrond te hebben, omdat het op het eerst zicht zo eenvoudig oogt. Die indruk kan je misschien ook krijgen wanneer je de tentoonstelling van Wim Nival betreedt. Elk onderwerp schrijft een eigen herkenbaar verhaal, maar wie voldoende aandacht besteedt aan het werk, krijgt geen kortverhaal, maar een roman die uren leesplezier zal opleveren.

Pi: de oneindige verbinding
De titel van de tentoonstelling is geen toeval. Wiskundeliefhebbers en aandachtige toeschouwers herkennen in de cijferreeks Drie één vier één vijf negen twee de eerste zes cijfers van het getal pi (π). Maar het gaat verder dan dat. Het is ook een verwijzing naar de verbinding tussen kunst en wetenschap, tussen het meetbare en het mystieke. Het is een uitnodiging om de wereld te zien door de ogen van een kunstenaar en een wiskundige, om de lijnen te volgen die ons leiden naar het onbekende.
De cirkel van oneindigheid
Het getal pi, dat de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel vertegenwoordigt, is een constante die al eeuwenlang de menselijke verbeelding prikkelt. In de werken van Wim Nival zien we deze cirkel van oneindigheid op verschillende manieren -impliciet en expliciet- tot leven komen. Zijn werken lijken te zweven tussen dimensies, hun vormen gebogen en gestrekt als de getallen zelf. Hun oppervlakken weerkaatsen bij momenten het licht en creëren een illusie van voortdurende beweging, alsof ze de wiskundige formules in de lucht willen schrijven.

De Getallenfluisteraar
Wim Nival is een getallenfluisteraar. Hij luistert naar de stilte tussen de cijfers, de adem van het universum. Zijn mixed media-werken zijn als mantra’s, herhaalde patronen die ons uitnodigen om dieper te kijken. De meeste titels van zijn werken verschuilen zich achter de letters Z.T., zonder titel. Nival wil onze verbeelding prikkelen, ons uitdagen om achter de werken te kijken, onze eigen kunstcanon te creëren. Alle materiaal kan een voedingsbodem vormen voor zijn werk. Karton, hout, was, metaal en oude tekenmallen: waar sommigen de hand van een hamsteraar zien, ziet Nival de zachtheid van het materiaal, de oneindige mogelijkheden van woord en papier, de talloze variaties van geometrische figuren die zich uit de bestaande omgeving onttrekken.
A number made by walking
Bij de tentoonstelling hoort een kleine publicatie die de naam Walking Pi meekreeg. De analogie met Richard Longs A line made by walking dringt zich op. Waar Long door een repetitief wandelpatroon een eigen pad creëerde, laat Nival zich leiden door de fetisjistische cijferreeks. In de voetsporen van pi fotografeert hij getallen die hij op zijn wandeltocht tegenkomt en voegt ze samen tot het oneindige getal. Iedereen weet dat het boek nooit zal voltooid worden en toch blijf je bladeren, laat getallen voorbijstromen.
Net zoals pi een symbool is van de oneindigheid en de onvoorspelbaarheid van het universum, zo roept het werk van Long vragen op over de relatie tussen mens en natuur, tussen orde en chaos, tussen kunst en leven. Maar net zoals de decimalen van pi eindeloos lijken te zijn, gaat ook Longs artistieke verkenning van het landschap door in een schijnbaar oneindige reeks van werken die de relatie tussen mens en natuur verkennen. Of het nu gaat om het maken van cirkels van stenen in afgelegen gebieden of het creëren van sporen van modder op galerievloeren, Longs werk herinnert ons eraan dat kunst niet alleen te vinden is in de gebouwen van de mensheid, maar ook in de ruige wildernis van de natuur zelf.
In beide gevallen nodigen pi en Richard Long ons uit tot een diepere contemplatie over de mysteries van het universum en onze plaats daarin. Ze herinneren ons eraan dat de wereld om ons heen doordrenkt is van schoonheid en betekenis, en dat het aan ons is om die schoonheid te ontdekken en te koesteren, zelfs in de meest onverwachte hoeken van het bestaan.

De beperking van een reiskoffer
Het werk van Nival straalt bij een eerste kijk een enorme vrijheid uit, nodigt uit om de oneindigheid van pi te omarmen en eropuit te trekken, maar niets is minder waar. Bij een andere lezing van de expo zal je verrast worden door de benauwdheid die Nivals werk bij momenten uitstraalt. Veel werken worden letterlijk geklemd tussen schroeven en bankvijzen, er is geen ontsnappen aan het keurslijf waarin ze gedwongen worden. Het meest authentieke (en beklijvende) werk blijft voor mij echter de reiskoffer die zich in een hoek van de kamer bevindt. Perforaties behoren tot een vast onderdeel van Nivals oeuvre. Op deze manier creëert hij openingen die nieuwe invalshoeken bieden. Ook de koffer heeft hij zorgvuldig geperforeerd, waardoor we geconfronteerd worden met een leegte ervan. De koffer is gesloten en toch weten we dat ze leeg is. Wie vertrekt er op reis met een lege koffer? Waarom is de koffer doorboord? Existentiële vragen die spontaan opborrelen bij het werk. Tot je zelfs beseft dat de koffer een verlengsnoer heeft. Het licht dat doorheen de gaten stroomt, heeft geen natuurlijke basis, maar ontstond bij gratie van menselijk ingrijpen. En … je reisdromen worden beperkt tot de lengte van je snoer, metafoor voor de beperkingen waarmee we als mens dagelijks geconfronteerd worden.
De oneindige verbinding
Met deze expo heeft Wim Nival een brug geslagen tussen de aardse en de hemelse wereld, tussen snelle blik en cerebrale beschouwing, tussen tijdelijk- en eeuwigheid. En wij zijn de gelukkige reizigers die voor een beperkte tijd over deze brug mogen lopen.
