De tweede solotentoonstelling van Eva Räder bij dudokdegroot heet Golden Hours. De titel verwijst naar een lied Brian Eno, waarin hij de menselijke geest beschrijft op de momenten dat de nacht langzaam plaatsmaakt voor de dag, en vice versa. Door die trage verandering kan je net iets beter afstand nemen van moment en het leven net iets beter overzien. Een tekst die naadloos aansluit op het werk van deze Berlijnse schilder die graag in- en uitzoomt en zaken met elkaar verbindt die op het eerste oog niks met elkaar gemeen lijken te hebben. Ze verwerkt ze in schilderijen die een aanzet tot een vertelling bevatten, maar de kijker de ruimte geven om ze zelf te interpreteren. Golden Hours is nog tot en met 1 april te zien bij galerie dudokdegroot in Amsterdam.
Waar is je atelier?
Mijn studio bevindt zich in het noordoosten van Berlijn. Toen ik daar 15 jaar geleden naartoe verhuisde, voelde het heel ver weg, nu na gentrificatie voelt het vrij dichtbij het centrum van de stad, alles komt dichterbij en de randen van de stad worden steeds vloeiender.

Is het een eenzame plek, waar je in opperste concentratie kunt werken, of ontvang je vrienden en bezoekers?
Mijn atelier is een heel eenzame plek, wat vooral pure luxe betekent. Maar bijna net zo belangrijk is het feit dat ergens in het enorme ateliergebouw waar mijn atelier in zit, er een paar bevriende schilders zijn die er zijn als ik ze nodig heb of voor wie ik er kan zijn als ze mij nodig hebben. Natuurlijk vind ik het af en toe ook leuk om bezoekers van buiten te verwelkomen, zo’n uitwisseling leidt bijna altijd tot iets heel positiefs en vruchtbaars.
Jouw show bij dudokdegroot heet Golden Hours, waar verwijst die titel naar?
Op een dag in de studio kon ik niet stoppen met luisteren naar dit nummer "Golden Hours" van Brian Eno. Er was iets in de melodie dat me opviel. Ook vond ik de tekst erg poëtisch en dicht bij mijn werk staan. Het beschrijft de gemoedstoestand van een mens, die gefocust is op het nu, een intens moment waarin veel ervaringen samenkomen. Op het moment dat dingen veranderen, bijvoorbeeld van dag naar nacht of omgekeerd, kan je misschien uitzoomen en een glimp opvangen van hoe je het geheel kan zien waarbinnen tegenstellingen verenigd zijn.

In je schilderijen onderzoek je de grensgebieden tussen je binnen- en buitenwereld. Waar komt je fascinatie voor dit onderwerp vandaan?
Ik vind het leuk om in en uit te zoomen, dingen te verkennen en dingen met elkaar in verband te brengen. Zo vergelijk ik bijvoorbeeld de huid van een koud geworden chocolademelk met een enorme bergformatie en ik wil het punt vinden waarop ze met elkaar verbonden zijn.
Soms zit je als een hond tot op het bot vast aan een bepaald idee, dan is er het mooie van de mogelijkheid om te observeren, een stap terug te doen, beide kanten te zien of dingen in kleinere of grotere verbanden te plaatsen om dingen te kunnen overdenken. Dit geeft ons het gevoel dat we leven. Ik zie schoonheid in deze manier van heen en weer gaan en afwegingen maken. Het is iets dat ons allemaal verbindt en daarom wil ik dit vertalen naar het doek.
Je kreeg onder meer les van Daniel Richter en Georg Baselitz. Wat waren de meest memorabele dingen die ze je hebben geleerd?
Herinnering aan die grote kunstenaars die ook mijn leraren waren, is als rondlopen in een museum, kijken naar fantastische schilderijen terwijl elk schilderij een andere smaak, verhaal of melodie heeft. In dit museum zie ik ook alle andere briljante leermeesters die ik later heb gehad, bijvoorbeeld in de deAteliers in Amsterdam, maar ook kunstenaars die ik nog nooit heb ontmoet of die honderden jaren geleden leefden, maar me toch iets hebben gegeven.
Als ik één ding zou moeten zeggen over de twee die je noemde, zou ik zeggen dat beiden hun studenten hebben geleerd dat je erg gefocust en sterk moet zijn om je persoonlijke standpunt in de schilderkunst te creëren en hoe je dat moet doen.

Je werk is abstract genoeg om open te staan voor interpretatie. Toch heeft het ook verhalende elementen. Zijn er momenten dat je verrast wordt door de interpretatie van je werk door de kijker? En wat is de meest interessante die je hebt gehoord?
Ik ben het meest verbaasd als mensen naar mijn atelier komen en denken dat ik een schilderij heb veranderd terwijl dat helemaal niet zo is. Elke keer dat dat gebeurt, zie ik hierin dat het uitzicht en de stemming van de toeschouwer elke dag verandert en daarmee zijn of haar perceptie op een schilderij verandert.
Hoe "opener" een schilderij is, hoe meer het dit proces kan spiegelen en tonen aan de toeschouwer.
Het ideale schilderij voor mij heeft deze "levendigheid", wat betekent dat het nooit stilstaat maar elke keer weer nieuwe inzichten aan de toeschouwer geeft. Ik kan er jaren mee leven en toch ontdek en zie ik nieuwe dingen en verbanden in compositie en kleur, net als in de echte wereld.
Is er naast schilderen nog een ander medium waarmee je zou willen werken of waarmee je zou willen experimenteren?
In het verleden heb ik met bijna elk medium gewerkt. Wat ik naast schilderen erg leuk vind, is tekenen, wat de basis is van schilderen, en het maken van collages, of werken met klei, wat misschien zelfs meer dan schilderen direct verband houdt met de interactie tussen het menselijk brein en de hand.

Waar ben je nu mee bezig?
Ik ga gewoon door met schilderen. De onderwerpen en ideeën die ik gebruik zijn uitgangspunten, ik wil ze zo open mogelijk houden zodat ze me niet meer beperken als dat nodig is, maar me de beste mogelijkheid geven om tot het beste resultaat te komen dat kan gebeuren voor het schilderij. Ik moet de juiste energie voelen tijdens het schilderproces, het is een reis waarbij ik me concentreer op het vinden van geweldige composities en kleur- of textuurcombinaties. Ik probeer zo vrij mogelijk te blijven, maar altijd staat de poëzie centraal van de mens die de wereld op één punt in de tijd op meerdere manieren tegelijk ervaart.